Wildplukexpert worden

Wildplukexpert worden

Wildplukexpert worden

Laatst deelde ik op Instagram de wildplukwandeling die ik met mijn medegidsen van IVN gaf en kreeg ik reacties van mensen die ook graag meer plantjes en hun eetbaarheid wilde leren kennen. Welk boek gebruik je daarvoor? Hoe doe je dat?

Er zijn heel veel plantjes die ik nog niet ken, maar wel steeds meer. En dat vind ik heel leuk. De allereerste voorwaarde is dan ook dat je het écht leuk vindt. Dat je er zin in hebt. Dat de motivatie uit jezelf komt. Het is minder leuk om je bezig te houden met de natuur als je vindt dat het moet, omdat het een trend is, of omdat het ‘cool’ gevonden wordt. Afgelopen herfst en voorjaar was ik er weer niet zoveel mee bezig, toen had ik er gewoon geen zin in. In de zomer kwam de passie vanzelf weer op.

Je hebt geen boeken nodig, wat mij betreft. Aan het begin nog niet. Het belangrijkste aan planten leren kennen is observeren. Als je eenmaal begint, ontwikkel je vanzelf een bepaald oog. Tijdens wandelingen – alleen of met anderen – zul je continu registreren welke planten en bomen je om je heen ziet. En, afhankelijk van waar je je op richt, insecten, paddenstoelen, spinnen, sporen, etc. 

Zien
Begin eens met observeren. Ga een stukje wandelen en benoem alle plantjes die je wél kent. Bijvoorbeeld paardenbloem. Er zijn vast heel wat plantjes die je als beginneling verkeerd determineert als paardenbloem. Maar je ziet ze, je benoemt ze. Of het goed is of niet maakt niet uit. Later zul je steeds meer verschillen gaan herkennen, omdat je steeds zoveel paardenbloemen bewust hebt bekeken. En dan ga je je afvragen: is dit eigenlijk wel een paardenbloem? 

Als je een plantje ziet die je niet kent, kun je denken ‘hé die ken ik niet, hoe ziet hij er precies uit? Welke kleur, welke vorm, watvoor blaadjes, wanneer bloeit hij?’. En misschien kom je hem op je volgende wandeling weer tegen, en later wéér. Pas als je hem terug herkent, en zeker weet dat het datzelfde plantje was dat je laatst ook zag, kun je hem gaan determineren. Dat kan het handigst met een app, maar een boekje kan ook. En het mooie aan dit proces is: onbewust registreer je wanneer hij bloeit, in wat voor omgeving hij groeit, welke plantjes in de buurt staan. En krijg je er gevóel voor. Op een gegeven moment weet je gewoon wanneer het dat specifieke plantje is en wanneer niet. Dat is mooi aan continu observeren.

Je leert daardoor ook de verschillende fases van de plant kennen, en slaat kleine details in je op. Bijna altijd als ik langs een eik loop benoem ik in mijn hoofd ‘eik’. Daardoor heb ik al zoveel eiken bewust gezien, dat ik hem nu uit de verte al herken. Ik wéét gewoon welke vorm hij heeft. En dan weet ik nog helemaal niet wat een zomereik en wintereik is, dat komt later wel. Doordat je hem zo vaak voorbij hebt zien komen, wordt de plant je vertrouwd.

WhatsApp Image 2022-08-28 at 4.42.48 PM
IMG_20220828_152359845_HDR
IMG_20220828_142012594_HDR
IMG_20220703_210921258

Eetbaar
Dit boek is de wildplukbijbel! Als je net begint met wildplukken weet je misschien niet waar je kijken moet. Maar als je steeds meer plantjes leert kennen via de manier die ik hierboven beschrijf, kun je dit boek als naslagwerk gebruiken om de eetbaarheid te onderzoeken.

Als je aan het begin van het proces al afvraagt of de paardenbloem eetbaar is, is dat natuurlijk leuk om op te zoeken. Maar, kijk uit. Het is goed om je bewust te zijn van verwisselgevaar. Als je weinig plantjes kent, is de kans groot dat je de planten die je wél denkt te kennen verkeerd determineert. Je weet namelijk niet wat de andere opties zijn, en soms zijn de verschillen minimaal. Je moet daarom echt zéker weten dat de plant daadwerkelijk de plant is die jij denkt (of als je weet dat een hele familie van die plant eetbaar is, dan kan je het risico wel nemen). 

Maar als je onwijs nieuwsgierig bent naar de eetbaarheid van een plant, is het ook onzin om te wachten met dat te onderzoeken omdat je van Simone eerst moet observeren. Wat ik zei: intrinsieke nieuwsgierigheid is het belangrijkst. Alleen de plantenwereld leren kennen kost tijd, en als je als een fanaat de natuur intrekt en elk plantje dat je tegenkomt determineert en onderzoekt op eetbaarheid, ben je na die middag compleet overprikkeld, heb je weinig onthouden, en weet je op je volgende wandeltocht nog steeds niet wat je kunt eten. Daarom is mijn advies om de eetbaarheid (maar zelfs dus ook de naam alleen al) van een plantje pas op te zoeken als je hem herkent. 

Geef het een beetje tijd
Uit je hoofd stampen heeft weinig zin wat mij betreft, je moet er gevoel voor krijgen. Het gewoon veel doen. Gewoon kijken, kijken, kijken. Benoemen. En het mooie hieraan is: het is ontzettend mindful! Je bent nergens meer mee bezig behalve met de boom bekijken, welke vorm zijn bladeren heeft, hoe de bast eruit ziet, wat zijn vorm is. Daarom houd ik zo van de plantenwereld, het is compleet zen en mooi. 

Als ik aan het wandelen ben ontstaan er vaak veel vragen: wat is dit plantje? Zou je eikels kunnen eten? Hoe zie je of deze bessen rijp zijn? Wat is nou het verschil tussen al die paardenbloemachtigen? Ik stel die vragen, maar ik beantwoord ze niet. Ik vertrouw erop dat het antwoord vanzelf wel komt. Ik merk dan dat als ik met mijn vader ga wandelen, hij er weer het een en ander over weet. Of dat ik als ik in een boek zit te bladeren, opeens iets lees over het verschil tussen bloemetjes. Of ik heb op een dag opeens zin om die bessen te plukken en uit te proberen. Of ik stel mezelf een jaar later dezelfde vraag af, maar heb dan een jaar meer kennis en ervaring en weet het antwoord opeens. Ik zoek niet alles meteen op, want dan vergeet ik het weer en raak ik overprikkeld. De vraag leeft in mij en het antwoord komt vanzelf. 

En als ik dan terugblik op mijn wildpluktijd heb ik eigenlijk heel veel geleerd in korte tijd. Ik doe er weinig moeite voor, het ontstaat gewoon. Deze zomer heb ik denk ik wel weer tien nieuwe planten geleerd, niet omdat ik er actief op zoek ging, maar gewoon omdat het ontstond vanuit nieuwsgierigheid. Plantjes die ik bijvoorbeeld vorig jaar al zag maar niet echt benieuwd naar was. Of planten die nu pas opvallen omdat ik in de specifieke tijd van het jaar vorig jaar andere dingen aan het doen was. Of omdat andere mensen me wijzen op het bestaan van een plant. Ik ben nu zo’n 3 of 4 jaar bezig met wildplukken en ik vind echt dat ik echt onwijs veel weet. Het klinkt als een lange periode, maar denk aan 3 zomers, 3 winters. Dat is helemaal niet zo veel, de tijd vliegt voorbij en het leven zit vol met verschillende dingen. Feitelijk ben je dan helemaal niet zoveel bezig met het wildplukken.

2021-07-14T12_58_30+02_00
2021-07-14T13_07_20+02_00
2021-07-14T13_58_49+02_00
2021-07-14T14_00_09+02_00

Maak er wat leuks van!
Het belangrijkste is: plezier. Doe het omdat je denkt ‘wow ik heb zin om nu de natuur in te trekken en plantjes te leren kennen!’. Niet omdat je denkt ‘ik móet meer planten kennen, want dan ben ik succesvol’. Of als je nu van plan bent meer over wildplukken te leren, maar het over een maand weer helemaal zat bent: prima. Het komt en gaat, en de natuurlijke flow van je interesses volgen is iets wat ik ten volste aanmoedig. 

We leren op school dat prestatie belangrijker is dan plezier. Eérst presteren – ook dingen waar je niet goed in bent of niet blij van wordt – dan plezier. Maar plezier is wat mij betreft een voorwaarde om te kunnen leren. Ga leren waar je benieuwd naar bent, en het zal je gemakkelijk afgaan. Ik vond een tijd lang dat ik meer over paddenstoelen moest weten, maar had er helemaal geen zin in. Ik was gewoon niet écht benieuwd. En nog steeds niet. Ik weet dat het ooit wel komt, dat weet ik gewoon. En dat wacht ik rustig af. Ondertussen heb ik genoeg om me mee bezig te houden 🙂

Ik wens je veel plukplezier, en voel je welkom contact op te nemen als je eens samen een rondje door de natuur wilt lopen!

Liefs,
Simone

Koud, kouder, koudst: wonen in een tent?

Koud, kouder, koudst: wonen in een tent?

Koud, kouder, koudst: wonen in een tent?

Deze week werd ik wakker, zo voelde het. Niet wakker als in ‘woke’ of dat ik ineens spiritueel inzicht had. Maar er drong opeens een heel duidelijke keuze tot me door. Ik voelde me raar, zonderde me af, keerde me tot mezelf. De creativiteit stroomde, ik maakte dromenvangers van wilgentakken en lijsterbessen, sieraden van gedroogde sinaasappels, coilde mantjes van gedroogde pitrus, haaraccessoires, vilten bloemen. Mijn telefoon kreeg minder aandacht dan gewoonlijk en ook de fijne mensen in mijn leven liet ik het even afweten.

Coilen met pitrus
Coilen met pitrus
Schapenvacht vilten
Schapenvacht vilten

Het was al duidelijk dat in de winter mijn zus een paar maanden naar Nederland zou komen. Margot woont in Canada met haar vriend, maar haar werkvisum is nog niet helemaal rond en ze vindt het ook fijn om even in Nederland te zijn. Mijn prachtige woonplek op een stukje grond bij een boer heb ik aan haar te danken. Zij was ooit de vroedvrouw bij de dochter van deze boer en zo is het balletje gaan rollen. Toen ze het aanbod kreeg in de yurt en stacaravan te trekken die op dat erf staan, sleurde ze mij mee. Ze wilde niet in haar uppie in een klein boerendorpje wonen en mijn droom kwam uit. Al snel was duidelijk: ik wilde de stacaravan (voelde echt als een klein huisje en superveel licht + mooi uitzicht) en zij wilde in de yurt (prachtige ronde natuurlijk ruimte, bijzondere sfeer). We waren perfect op elkaar afgestemd!

Toen zij naar Canada vertrok kon ik me niet voorstellen hier met iemand anders te wonen. Het is best intiem, want in mijn huisje zitten de douche en keuken. Ik was er nog niet klaar voor en wist ook niet met wie ik er dan wilde wonen. Van de boer en boerin mocht ik de yurt ook verhuren als bed & breakfast, en zo geschiedde. Op deze manier wordt de yurt wel gebruikt, want in mijn eentje bewoon je niet zo makkelijk twee losse ruimtes naast elkaar. Ik heb nog overwogen in de yurt te gaan wonen, maar de stacaravan verhuur je minder gemakkelijk en dat was nou eenmaal ook al mijn huisje! 

Het leven in de stacaravan was wennen. Meteen heerlijk, maar ook wennen. Je ontwikkelt nieuwe routines en rituelen, omdat het dagelijks leven er toch anders uitziet dan in een verwarmd huisje in de stad. In de winter ben je veel bezig met hout stoken en hoe pak je dat aan? Doe je de kachel aan als je toch de hele dag weg bent? Hak je al een voorraadje hout of gewoon per keer? Daarnaast woon ik ook meer afgelegen en besefte ik dat een auto geen overbodige luxe zou zijn. En inderdaad, dat gaf me veel comfort. Verder is er een grote tuin, het onderhoud van de yurt en stacaravan, en allerlei andere nieuwe zaken waarin ik mijn draai moest en nog moet vinden.

Ik ben hier ook meer blootgesteld aan de elementen. Dat was nog wel de grootste ontwikkeling. In de zomer zit je met heel veel insecten: spinnen, teken, muggen, en vooral veel poepvliegen. In de winter zit je met de kou, storm, en diepe duisternis. Dat is ontzettend wennen! En toch, bijna elke ochtend prijs ik mezelf zo gelukkig dat ik op dit stukje paradijs mag wonen. Het is prachtig. Het is uniek. Het heeft me rust, ruimte en daarmee veel geluk gebracht de afgelopen jaren.

IMG_20211222_095714525_HDR
De yurt in de winter
IMG_20211226_122036082_HDR
De stacaravan van binnenuit

En nu is het tijd voor iets primitievers. Dat voelde ik al langer borrelen. In het voorjaar maakte ik een lange afstandswandeling met tentje en het leven was zo heerlijk simpel. Kleine routines, niks bijzonders. Simpele avondmaaltijden. Elke ochtend hetzelfde ontbijtje. En de hele dag gefocust op wandelen. Ik werd er zielsgelukkig van! Na de reis bleef het kriebelen, ik dacht: kan ik niet in een tent wonen? Maar ik dacht ook: ik héb nota bene een tent naast mijn huis staan! Dus zat ik al te peinzen over verhuizen naar de yurt, maar daar had ik ook weer geen zin in omdat, tsja, het voelde als teveel moeite. 

Toen mijn zus vertelde dat ze een paar maanden naar Nederland zou komen vroeg ik haar of ze interesse had in de yurt. Ze vertelde me volmondig JA, maar wilde het mij natuurlijk ook niet opdringen. Ik zag het als een kans misschien weer eens wat avontuurlijks te gaan doen. De yurt moet warmgestookt in de winter, de katten moeten eten. Dus normaal gesproken kan ik niet zomaar weg. Margot is vertrouwd met de plek en de dieren en met haar vriend erbij zou het met z’n drieën toch de druk worden. Ik wil al lang een taal vloeiend leren spreken, bijvoorbeeld Frans, of Arabisch. Het idee ging van touren met de auto door de Franse natuur, naar wonen en werken in een Franse stad, naar wonen en werken in een Arabische stad, naar leven in de natuur in een Arabisch land. 

IMG_20220608_102351461_HDR
Eenvoud
IMG_20220611_201458543_HDR
Tentleven
IMG-20220614-WA0010
Bosjesvrouw

Toen ging ik naar het Archeon, met Zora. Daar liepen we door de prehistorie en ik zag de hutten van riet, de potten van klei, de touwen van planten, de bedden van stro, de dekens van schapenvacht, de vuurtjes in huis. Ik voelde me enorm geïnspireerd en getriggerd. Dit. Wil. Ik. Hoe bizar het ook klinkt: ik voel me zó aangetrokken tot de prehistorische sferen! Ik heb geen zin om het uit te leggen of te verklaren, ik heb er ook geen woorden voor. Maar het voelt gewoon goed zo dichtbij de natuur te leven. Zo eenvoudig. Zo verbonden. En sinds die dag is er een soort kettingreactie in gang gezet. Ik haalde boeken bij de bieb, ging verder met mijn touw-van-planten-projectjes, en borduurde voort op een vaag idee dat ik ooit had van wonen in een tent. Ik wilde niet meer naar het buitenland, ik had besloten: ik ga het avontuur dicht bij huis zoeken.

Zora bood haar katoenen tent aan waar zij het jaar rond, op een paar maanden na, in heeft gewoond (lees haar blog hierover!). Een enorme bikkel, want het is een minitentje en heeft geen enkele warmtebron, zoals de meeste tenten. Ik kwam haar tent tegen op Marktplaats, maar dat bleek een twee keer zo grote en die vond ik al klein. Toen dacht ik: misschien moet ik ietsje luxer gaan zitten. Ik kan nogal naïef zijn, en vooral met deze hitte is het moeilijk voor te stellen dat het ooit nog koud wordt. Maar ik ben ook een koukleum en als ik echt wil wonen in een tent (wat momenteel echt als paradijs klinkt voor mij), moet het ook haalbaar zijn. Doodvriezen in een minitentje en daardoor nauwelijks kunnen leven gaat niet van lange duur zijn. 

En toen zag ik mijn droomtentje. En toen, kocht ik die twee dagen later. En daar zit ik nu. Na een week van voorstellen hoe het leven in een tent zou zijn – van paklijsten maken, van beelden voor me zien hoe ik zou koken, slapen, inrichten, wildplukken, vuur maken, craften, en vooral LEVEN in een bos – heb ik al een droomtent gevonden met klein houtkacheltje erin. Ik ben niet meer kapot te krijgen. Mijn leven is volmaakt. 

Vanaf eind dit jaar zal ik in een tentje in een bos verblijven. Voor hoelang weet ik niet. Ik begin gewoon.

Liefs,
Simone

P.s. Ik neem jullie in de winter natuurlijk mee in alle avonturen van het leven in de tent, wat dat gaat ook weer een proces van nieuwe routines in kleine stapjes worden! 

Prehist-zora
Prehist-zora
IMG_20220821_131820147_HDR
Bronstijdmeneertje
De Haas en ik

De Haas en ik

De Haas en ik

Waarschuwing! Deze blog bevat foto's van dode en gevilde dieren!

Puk heeft een haas gevangen. Wéér. Dit is nu de vierde. De eerste was vorig jaar in de vroege zomer. Ik zou de volgende dag op vakantie gaan. Ik zat binnen, het was avond, en ik hoor het kattenluikje piepen. Automatisch verwacht je dan een kat te zien, maar ik zag geen kat. Was ze bij het luikje blijven zitten? Toen ik opstond en ging kijken, zag ik dat er niet alleen een kat binnen was gekomen. Puk was al haar krachten aan het inzetten om de bijna volwassen haas ook door het kattenluikje mee naar binnen te trekken. De haas was dood, gelukkig. Ik schrok! Ik heb misschien wel een uur met de nog warme haas op schoot zitten huilen. Echt tra-nen met tuiten. Zo’n prachtig beest. Zo’n prachtig natuurverschijnsel. Gedood alleen omdat mijn kat haar jagersinstinct een beetje moet praktiseren. Maar ook tranen van verwondering, van de zachte donzige vacht, van de enorme poten en oren, van zo’n machtig dier van dichtbij mogen zien. 

gh
Raad eens hoeveel ik van je hou - Ook de televisieserie is fantastisch!

De haas was nog helemaal intact en ik dacht eraan om hem te villen. Maar ik had geen idee hoe, wist niet waar ik moest beginnen, en ik zou de volgende dag vroeg vertrekken. Ik gooide hem weg, in de groene kliko. Dat ging knagen. Ik had zo’n prachtig beest die je notabene kunt eten, gewoon weggegooid! Ik beloofde mezelf: als ze ooit wéér een haas vangt, dan ga ik die villen. Ik zwoor het mezelf, want ik voelde me ontzettend schuldig dat ik de haas in de KLIKO had gegooid. Hoe respectloos! Niet eens een ritueel, niet eens teruggegeven aan de aarde. Hij is vermalen en op de composthoop belandt. 

Later dat seizoen zat ik rustig een kopje koffie te drinken in de tuin, toen ik hard gekrijs hoorde. Gegil, eigenlijk, een hoge schelle toon van paniek. Ik sprong op van de bank en wist niet waar ik kijken moest, waren dit vogels? Ik hoorde wel dat er nood aan de man was dus ik zocht naarstig waar het geluid vandaan kwam tot ik Guus, mijn andere kat, keihard naar de koeienstal zag rennen. Toen wist ik genoeg: als er een kat op af rent, zal het iets leuks zijn voor katten. Ik rende achter haar aan en stond oog in oog met Puk op het slachtveld. Ze had weer een middelgrote haas tussen haar tanden, een boze haas dit keer. Ik schreeuwde, klapte in mijn handen en ze liet van de schrik los. De haas wist niet hoe snel hij de koeienweide in moest rennen, Puk bleef gelukkig bij me. Die schreeuw van de haas liet echt een steek in mijn hart achter. Het ging door merg en been, en was een noodkreet. En het had geholpen!

En toen was het dit voorjaar zover. Nietsvermoedend werd ik wakker, voltooide mijn ochtendritueeltje (wat niet echt een ritueel is omdat deze per dag verschilt) en wilde wat pakken uit mijn knutselkamertje. Ik woon in een stacaravan die aan één korte zijde twee kamertjes naast elkaar bevat. Het ene kamertje is mijn inloop-kledingkast, het andere kamertje was ooit een slaapkamer, maar dat vond ik te benauwd. Nu heb ik met behulp van mijn vader een grote kast met al mijn knutselgerei (van papier tot kraaltjes tot stofjes tot tijdschriften en ga zo maar door) en een groot bureau neergezet. Ik liep daarnaartoe, en wist eerst niet wat ik zag. Het was namelijk een haas zonder bips en met veel bloed en dat ziet er nogal vreemd uit. Helemaal als je net wakker bent. Toen ik doorhad dat het een haas was dacht ik: ja Simone, nu moet je wel. Ik heb hem eerst even laten liggen en ben filmpjes gaan kijken van hazen villen, waar ik helemaal niet goed van werd. Maar ik móest het doen (achteraf leerde ik dat je het dier beter eerst een paar dagen kunt laten besterven, waarom snap ik nog niet helemaal).

De eerste haas
De bipsloze haas

Ik bewaarde de haas even in een teiltje, tot ik had uitgevonden wat ik ermee moest. Instagramvolgers tipten me, en die filmpjes in combinatie met mijn bushcraftboek hadden met toch genoeg handvatten gegeven. Aan een touw, gejat uit het klushok van de boer, hing ik de haas aan één achterpoot op aan een van de balken van de buitenkeuken. Eronder legde ik een vuilniszak voor het geval het een bloederig troepje zou worden. Ik zette mijn camera aan, zodat ik het gevoel had dat er iemand meekeek en waartegen ik kon vertellen wat ik deed. De voorbereidingen waren ranzing, maar toen ik eenmaal die haas had hangen en mijn zakmes (het enige echt scherpe mes dat ik heb) gereed had voelde ik me moedig. Ik sneed de haas open en met horten en stoten kreeg ik het vel er redelijk netjes af. Halverwege legde ik de haas toch op de grond, want terwijl ik het vel eraf probeerde te trekken brak ik ook de botten van de achterpoot waardoor hij bijna op de grond viel.

Toen ik het vel eenmaal netjes eraf had verbaasde ik me over hoe ‘schoon’ dat proces is. Er komt niks bijzonders bij kijken. Geen vloeistoffen zoals bloed, poep, plas, zweet of wat dan ook. Je hebt gewoon een haas over, zonder velletje. Het voelde bijna absurd om het daarbij te laten. Ik belde Tim op, die veel weet over bushcraften en survivallen. Hij heeft permanent een survivaltas in de kast staan voor het geval dát. Maar ook omdat het een avontuurlijk en vrij gevoel geeft. Er zitten de meest vernuftige spulletjes bij en ik heb ontzettend veel van hem geleerd over het overleven met weinig. Hij moedigde me aan de haas gewoon open te snijden, gewoon een poging te wagen. Toen ik ophing maakte ik een gat in het vel bij de borstkas, dat had ik online gezien. Daar zit gewoon lucht, dus je kunt vanaf daar het vel verder opentrekken en dan zie je puntgaaf alle organen liggen. Ik was zo verbaasd! Alles was mooi, schoon, goed te zien. De darmen, de lever, de nieren. Wauw! Nu wist ik dat ik alles eruit moest halen en daarmee sneed ik helaas een ader open. Toen het eenmaal ging bloeden stond ik kokhalzend boven de haas. 

Ik sneed gauw wat zichtbare stukken vlees eraf bij de borst en rug. Ik brak de achterpootjes af omdat daar ook veel vlees aan zat (dat breken voelde ook minder smerig dan ik eerst dacht). Ik wilde het mezelf niet te moeilijk maken. De haas begroef ik in een terra cotta pot met aarde, want ik had net een Instagramaccount gezien van een Amerikaanse vrouw die sieraden maakte van botten van roadkill (en de huid gebruikte ze natuurlijk ook). Dat vond ik heel wijs.

Screenshot_20220424-091135
IMG_20220423_132948361_HDR
IMG_20220423_144048948_HDR

Het vlees kookte ik maar gewoon. Ik wist niet zo goed wat ik er anders mee moest. Ik gaf het aan de poezen want durfde het zelf niet op te eten, misschien had ze hem wel kunnen vangen omdat hij verzwakt en ziek was? De boer – op wiens erf ik woon – maakte zich daar niet zoveel zorgen over. Die vond het dapper dat ik de haas had gevild en moedigde me aan het te proeven. Een klein stukje nam ik, kruidig dat het smaakte! Verrukkelijk! Later kwam een collega op bezoek en hij wilde ook proeven, samen durfde ik wel. Het was een prachtig proces om Puk haar prooi te eten kunnen geven en voor het eerst in mijn leven mijn eigen wild te hebben bereid.

De huid was bewerkelijker. Ik heb hem een nachtje in de urine gezet, toen uitgespoeld. Toen op een houtenplank vastgespijkerd (opgespannen) en het vlees er geprobeerd af te schrapen. Daarmee heb ik veel gaten gemaakt, een teer huidje zo’n (jonge) haas! Toen heb ik het vel ingezouten en er af en toe wat extra zout erop gestrooid. Ruim een week later pas heb ik het zout eraf gehaald en de vacht schoongespoeld met water. Ik was van plan dat eerder te doen maar kwam er steeds niet aan toe. Dat leek niet echt een probleem. Ik heb hem gewassen met warm water en shampoo, heerlijk was dat! Het leek toen wel een lelijk vodje, maar het droogde prachtig zacht op. De kant van het vel had ik eigenlijk direct in moeten smeren met iets verzachtends, en ik heb de huid ook niet gelooid (opgerekt zodat de vezels breken en het soepel wordt). Daarom voelt het nu aan als papier, maar verder is het een prachtig gelukte vacht geworden!

IMG_20220424_105924253_HDR
IMG_20220424_140707003_HDR
IMG_20220424_141333949_HDR
IMG_20220822_232109_593

Deze ervaring maakte echt iets ‘wilds’ in mij los. Ik voelde me een oervrouw en had blijkbaar plezier in het proces. Ik vond het fantastisch dat dit zo spontaan was ontstaan – ik hoefde geen cursus te doen om dieren te villen, ik leerde het gewoon uit de praktijk! Natuurlijk was het nog een beetje amateuristich allemaal, maar dat mocht ook van mezelf. Met de ervaring zou dit proces steeds beter gaan. Het voelde bijzonder dat Puk dit zo op mijn pad had gebracht, hoewel ook bruut. De haas ging op deze manier iets bijzonders voor mij symboliseren, wat het eigenlijk altijd al had gedaan.

Voordat ik ooit tattoo’s had droomde ik over een armsleeve met een haas. Ik weet niet precies meer waarom, ik wilde gewoon een haas. Nu zag ik de haas als het symbool voor het boerenlandschap en daarmee het leven in een boerenlandschap: mijn leven nu dus, op de boerderij, in de stacaravan. Ik zie ontzettend vaak hazen, ik zie wel eens een nestje jonge hazen tussen de koeien, ik zie ze als ik door de omgeving fiets, en helaas zie ik ze soms wel eens platgereden op de weg. Ik leerde van boswachter Arjan Postma in zijn boek ‘Buiten gebeurt het’ dat hazen ontzettend brute beesten zijn. Ze kunnen zwemmen (wat?!); ze kunnen hoeken van 90 graden maken, rennend, zonder snelheid te verliezen; en ze leven niet in holen maar solistisch boven de grond in weer en wind. Wat een helden! En de bijzondere ontmoetingen met de haas die ik dankzij Puk had, brachten me weer een stukje dichterbij mijn wens om intensief met de natuur samen te leven. En daarom wilde ik alsnog die hazentattoo en zette Nora Pruyser haar prachtige ontwerp op mijn bovenarm.

IMG_20220714_140336435

En dan zijn we eindelijk bij het nu. Een koele zomeravond na een – weer – hete dag. Puk rende naar binnen met een gevaarte in haar bek, ik dacht eerst een rat, maar het had lange witte poten. Een babyhaas. 

Ze legde het weer in datzelfde kantoortje. Ik ging ervanuit dat het dood was, dus pakte het op, boos op Puk. Maar ze griste het weer uit mijn handen en rende ermee naar buiten. Daar bleek het nog te leven: ze gooide hem in de lucht en de haas piepte uit alle macht. Ze nam hem opnieuw mee naar binnen en kwam toen zonder haas naar me toe gelopen. Ik sloot snel de deuren van de kleine kamertjes en ging zoeken, maar kon niks vinden. Hij bleek verstopt in een slaapzak die daar nog op de grond lag. Een half uur heb ik met het kleine beestje in mijn handen gezeten, die nog steeds piepend ademhaalde en bloedde uit zijn kleine bekje. Maar hij gaf niet op. En zodoende: ik heb hem een donker plekje gegeven waar geen kat bij kan en kijk morgen wat het lot voor dit haasje in gedachte had.

En als het sterft? Zo’n klein beestje villen? Nee, dat haalt niks uit. Opzetten? Misschien ook niet (dat kan ik ook helemaal niet, maar ik heb laatst een dode buizerd gevonden en iemand gaat me helpen deze op te zetten, dan zou dat haasje vast meteen ook gedaan kunnen worden). Misschien dat als dit schatje het niet redt, ik het een passend afscheid geef.

Liefs,
Simone

IMG_20220823_121058510_HDR
Babyhaas RIP
IMG_20220823_120608106_HDR
Schedel van gevilde haas
IMG-20220823-WA0122
Botjes van gevilde haas