De Haas en ik

Waarschuwing! Deze blog bevat foto's van dode en gevilde dieren!

Puk heeft een haas gevangen. Wéér. Dit is nu de vierde. De eerste was vorig jaar in de vroege zomer. Ik zou de volgende dag op vakantie gaan. Ik zat binnen, het was avond, en ik hoor het kattenluikje piepen. Automatisch verwacht je dan een kat te zien, maar ik zag geen kat. Was ze bij het luikje blijven zitten? Toen ik opstond en ging kijken, zag ik dat er niet alleen een kat binnen was gekomen. Puk was al haar krachten aan het inzetten om de bijna volwassen haas ook door het kattenluikje mee naar binnen te trekken. De haas was dood, gelukkig. Ik schrok! Ik heb misschien wel een uur met de nog warme haas op schoot zitten huilen. Echt tra-nen met tuiten. Zo’n prachtig beest. Zo’n prachtig natuurverschijnsel. Gedood alleen omdat mijn kat haar jagersinstinct een beetje moet praktiseren. Maar ook tranen van verwondering, van de zachte donzige vacht, van de enorme poten en oren, van zo’n machtig dier van dichtbij mogen zien. 

gh
Raad eens hoeveel ik van je hou - Ook de televisieserie is fantastisch!

De haas was nog helemaal intact en ik dacht eraan om hem te villen. Maar ik had geen idee hoe, wist niet waar ik moest beginnen, en ik zou de volgende dag vroeg vertrekken. Ik gooide hem weg, in de groene kliko. Dat ging knagen. Ik had zo’n prachtig beest die je notabene kunt eten, gewoon weggegooid! Ik beloofde mezelf: als ze ooit wéér een haas vangt, dan ga ik die villen. Ik zwoor het mezelf, want ik voelde me ontzettend schuldig dat ik de haas in de KLIKO had gegooid. Hoe respectloos! Niet eens een ritueel, niet eens teruggegeven aan de aarde. Hij is vermalen en op de composthoop belandt. 

Later dat seizoen zat ik rustig een kopje koffie te drinken in de tuin, toen ik hard gekrijs hoorde. Gegil, eigenlijk, een hoge schelle toon van paniek. Ik sprong op van de bank en wist niet waar ik kijken moest, waren dit vogels? Ik hoorde wel dat er nood aan de man was dus ik zocht naarstig waar het geluid vandaan kwam tot ik Guus, mijn andere kat, keihard naar de koeienstal zag rennen. Toen wist ik genoeg: als er een kat op af rent, zal het iets leuks zijn voor katten. Ik rende achter haar aan en stond oog in oog met Puk op het slachtveld. Ze had weer een middelgrote haas tussen haar tanden, een boze haas dit keer. Ik schreeuwde, klapte in mijn handen en ze liet van de schrik los. De haas wist niet hoe snel hij de koeienweide in moest rennen, Puk bleef gelukkig bij me. Die schreeuw van de haas liet echt een steek in mijn hart achter. Het ging door merg en been, en was een noodkreet. En het had geholpen!

En toen was het dit voorjaar zover. Nietsvermoedend werd ik wakker, voltooide mijn ochtendritueeltje (wat niet echt een ritueel is omdat deze per dag verschilt) en wilde wat pakken uit mijn knutselkamertje. Ik woon in een stacaravan die aan één korte zijde twee kamertjes naast elkaar bevat. Het ene kamertje is mijn inloop-kledingkast, het andere kamertje was ooit een slaapkamer, maar dat vond ik te benauwd. Nu heb ik met behulp van mijn vader een grote kast met al mijn knutselgerei (van papier tot kraaltjes tot stofjes tot tijdschriften en ga zo maar door) en een groot bureau neergezet. Ik liep daarnaartoe, en wist eerst niet wat ik zag. Het was namelijk een haas zonder bips en met veel bloed en dat ziet er nogal vreemd uit. Helemaal als je net wakker bent. Toen ik doorhad dat het een haas was dacht ik: ja Simone, nu moet je wel. Ik heb hem eerst even laten liggen en ben filmpjes gaan kijken van hazen villen, waar ik helemaal niet goed van werd. Maar ik móest het doen (achteraf leerde ik dat je het dier beter eerst een paar dagen kunt laten besterven, waarom snap ik nog niet helemaal).

De eerste haas
De bipsloze haas

Ik bewaarde de haas even in een teiltje, tot ik had uitgevonden wat ik ermee moest. Instagramvolgers tipten me, en die filmpjes in combinatie met mijn bushcraftboek hadden met toch genoeg handvatten gegeven. Aan een touw, gejat uit het klushok van de boer, hing ik de haas aan één achterpoot op aan een van de balken van de buitenkeuken. Eronder legde ik een vuilniszak voor het geval het een bloederig troepje zou worden. Ik zette mijn camera aan, zodat ik het gevoel had dat er iemand meekeek en waartegen ik kon vertellen wat ik deed. De voorbereidingen waren ranzing, maar toen ik eenmaal die haas had hangen en mijn zakmes (het enige echt scherpe mes dat ik heb) gereed had voelde ik me moedig. Ik sneed de haas open en met horten en stoten kreeg ik het vel er redelijk netjes af. Halverwege legde ik de haas toch op de grond, want terwijl ik het vel eraf probeerde te trekken brak ik ook de botten van de achterpoot waardoor hij bijna op de grond viel.

Toen ik het vel eenmaal netjes eraf had verbaasde ik me over hoe ‘schoon’ dat proces is. Er komt niks bijzonders bij kijken. Geen vloeistoffen zoals bloed, poep, plas, zweet of wat dan ook. Je hebt gewoon een haas over, zonder velletje. Het voelde bijna absurd om het daarbij te laten. Ik belde Tim op, die veel weet over bushcraften en survivallen. Hij heeft permanent een survivaltas in de kast staan voor het geval dát. Maar ook omdat het een avontuurlijk en vrij gevoel geeft. Er zitten de meest vernuftige spulletjes bij en ik heb ontzettend veel van hem geleerd over het overleven met weinig. Hij moedigde me aan de haas gewoon open te snijden, gewoon een poging te wagen. Toen ik ophing maakte ik een gat in het vel bij de borstkas, dat had ik online gezien. Daar zit gewoon lucht, dus je kunt vanaf daar het vel verder opentrekken en dan zie je puntgaaf alle organen liggen. Ik was zo verbaasd! Alles was mooi, schoon, goed te zien. De darmen, de lever, de nieren. Wauw! Nu wist ik dat ik alles eruit moest halen en daarmee sneed ik helaas een ader open. Toen het eenmaal ging bloeden stond ik kokhalzend boven de haas. 

Ik sneed gauw wat zichtbare stukken vlees eraf bij de borst en rug. Ik brak de achterpootjes af omdat daar ook veel vlees aan zat (dat breken voelde ook minder smerig dan ik eerst dacht). Ik wilde het mezelf niet te moeilijk maken. De haas begroef ik in een terra cotta pot met aarde, want ik had net een Instagramaccount gezien van een Amerikaanse vrouw die sieraden maakte van botten van roadkill (en de huid gebruikte ze natuurlijk ook). Dat vond ik heel wijs.

Screenshot_20220424-091135
IMG_20220423_132948361_HDR
IMG_20220423_144048948_HDR

Het vlees kookte ik maar gewoon. Ik wist niet zo goed wat ik er anders mee moest. Ik gaf het aan de poezen want durfde het zelf niet op te eten, misschien had ze hem wel kunnen vangen omdat hij verzwakt en ziek was? De boer – op wiens erf ik woon – maakte zich daar niet zoveel zorgen over. Die vond het dapper dat ik de haas had gevild en moedigde me aan het te proeven. Een klein stukje nam ik, kruidig dat het smaakte! Verrukkelijk! Later kwam een collega op bezoek en hij wilde ook proeven, samen durfde ik wel. Het was een prachtig proces om Puk haar prooi te eten kunnen geven en voor het eerst in mijn leven mijn eigen wild te hebben bereid.

De huid was bewerkelijker. Ik heb hem een nachtje in de urine gezet, toen uitgespoeld. Toen op een houtenplank vastgespijkerd (opgespannen) en het vlees er geprobeerd af te schrapen. Daarmee heb ik veel gaten gemaakt, een teer huidje zo’n (jonge) haas! Toen heb ik het vel ingezouten en er af en toe wat extra zout erop gestrooid. Ruim een week later pas heb ik het zout eraf gehaald en de vacht schoongespoeld met water. Ik was van plan dat eerder te doen maar kwam er steeds niet aan toe. Dat leek niet echt een probleem. Ik heb hem gewassen met warm water en shampoo, heerlijk was dat! Het leek toen wel een lelijk vodje, maar het droogde prachtig zacht op. De kant van het vel had ik eigenlijk direct in moeten smeren met iets verzachtends, en ik heb de huid ook niet gelooid (opgerekt zodat de vezels breken en het soepel wordt). Daarom voelt het nu aan als papier, maar verder is het een prachtig gelukte vacht geworden!

IMG_20220424_105924253_HDR
IMG_20220424_140707003_HDR
IMG_20220424_141333949_HDR
IMG_20220822_232109_593

Deze ervaring maakte echt iets ‘wilds’ in mij los. Ik voelde me een oervrouw en had blijkbaar plezier in het proces. Ik vond het fantastisch dat dit zo spontaan was ontstaan – ik hoefde geen cursus te doen om dieren te villen, ik leerde het gewoon uit de praktijk! Natuurlijk was het nog een beetje amateuristich allemaal, maar dat mocht ook van mezelf. Met de ervaring zou dit proces steeds beter gaan. Het voelde bijzonder dat Puk dit zo op mijn pad had gebracht, hoewel ook bruut. De haas ging op deze manier iets bijzonders voor mij symboliseren, wat het eigenlijk altijd al had gedaan.

Voordat ik ooit tattoo’s had droomde ik over een armsleeve met een haas. Ik weet niet precies meer waarom, ik wilde gewoon een haas. Nu zag ik de haas als het symbool voor het boerenlandschap en daarmee het leven in een boerenlandschap: mijn leven nu dus, op de boerderij, in de stacaravan. Ik zie ontzettend vaak hazen, ik zie wel eens een nestje jonge hazen tussen de koeien, ik zie ze als ik door de omgeving fiets, en helaas zie ik ze soms wel eens platgereden op de weg. Ik leerde van boswachter Arjan Postma in zijn boek ‘Buiten gebeurt het’ dat hazen ontzettend brute beesten zijn. Ze kunnen zwemmen (wat?!); ze kunnen hoeken van 90 graden maken, rennend, zonder snelheid te verliezen; en ze leven niet in holen maar solistisch boven de grond in weer en wind. Wat een helden! En de bijzondere ontmoetingen met de haas die ik dankzij Puk had, brachten me weer een stukje dichterbij mijn wens om intensief met de natuur samen te leven. En daarom wilde ik alsnog die hazentattoo en zette Nora Pruyser haar prachtige ontwerp op mijn bovenarm.

IMG_20220714_140336435

En dan zijn we eindelijk bij het nu. Een koele zomeravond na een – weer – hete dag. Puk rende naar binnen met een gevaarte in haar bek, ik dacht eerst een rat, maar het had lange witte poten. Een babyhaas. 

Ze legde het weer in datzelfde kantoortje. Ik ging ervanuit dat het dood was, dus pakte het op, boos op Puk. Maar ze griste het weer uit mijn handen en rende ermee naar buiten. Daar bleek het nog te leven: ze gooide hem in de lucht en de haas piepte uit alle macht. Ze nam hem opnieuw mee naar binnen en kwam toen zonder haas naar me toe gelopen. Ik sloot snel de deuren van de kleine kamertjes en ging zoeken, maar kon niks vinden. Hij bleek verstopt in een slaapzak die daar nog op de grond lag. Een half uur heb ik met het kleine beestje in mijn handen gezeten, die nog steeds piepend ademhaalde en bloedde uit zijn kleine bekje. Maar hij gaf niet op. En zodoende: ik heb hem een donker plekje gegeven waar geen kat bij kan en kijk morgen wat het lot voor dit haasje in gedachte had.

En als het sterft? Zo’n klein beestje villen? Nee, dat haalt niks uit. Opzetten? Misschien ook niet (dat kan ik ook helemaal niet, maar ik heb laatst een dode buizerd gevonden en iemand gaat me helpen deze op te zetten, dan zou dat haasje vast meteen ook gedaan kunnen worden). Misschien dat als dit schatje het niet redt, ik het een passend afscheid geef.

Liefs,
Simone

IMG_20220823_121058510_HDR
Babyhaas RIP
IMG_20220823_120608106_HDR
Schedel van gevilde haas
IMG-20220823-WA0122
Botjes van gevilde haas

Leave a Reply