Wildplukexpert worden

Laatst deelde ik op Instagram de wildplukwandeling die ik met mijn medegidsen van IVN gaf en kreeg ik reacties van mensen die ook graag meer plantjes en hun eetbaarheid wilde leren kennen. Welk boek gebruik je daarvoor? Hoe doe je dat?

Er zijn heel veel plantjes die ik nog niet ken, maar wel steeds meer. En dat vind ik heel leuk. De allereerste voorwaarde is dan ook dat je het écht leuk vindt. Dat je er zin in hebt. Dat de motivatie uit jezelf komt. Het is minder leuk om je bezig te houden met de natuur als je vindt dat het moet, omdat het een trend is, of omdat het ‘cool’ gevonden wordt. Afgelopen herfst en voorjaar was ik er weer niet zoveel mee bezig, toen had ik er gewoon geen zin in. In de zomer kwam de passie vanzelf weer op.

Je hebt geen boeken nodig, wat mij betreft. Aan het begin nog niet. Het belangrijkste aan planten leren kennen is observeren. Als je eenmaal begint, ontwikkel je vanzelf een bepaald oog. Tijdens wandelingen – alleen of met anderen – zul je continu registreren welke planten en bomen je om je heen ziet. En, afhankelijk van waar je je op richt, insecten, paddenstoelen, spinnen, sporen, etc. 

Zien
Begin eens met observeren. Ga een stukje wandelen en benoem alle plantjes die je wél kent. Bijvoorbeeld paardenbloem. Er zijn vast heel wat plantjes die je als beginneling verkeerd determineert als paardenbloem. Maar je ziet ze, je benoemt ze. Of het goed is of niet maakt niet uit. Later zul je steeds meer verschillen gaan herkennen, omdat je steeds zoveel paardenbloemen bewust hebt bekeken. En dan ga je je afvragen: is dit eigenlijk wel een paardenbloem? 

Als je een plantje ziet die je niet kent, kun je denken ‘hé die ken ik niet, hoe ziet hij er precies uit? Welke kleur, welke vorm, watvoor blaadjes, wanneer bloeit hij?’. En misschien kom je hem op je volgende wandeling weer tegen, en later wéér. Pas als je hem terug herkent, en zeker weet dat het datzelfde plantje was dat je laatst ook zag, kun je hem gaan determineren. Dat kan het handigst met een app, maar een boekje kan ook. En het mooie aan dit proces is: onbewust registreer je wanneer hij bloeit, in wat voor omgeving hij groeit, welke plantjes in de buurt staan. En krijg je er gevóel voor. Op een gegeven moment weet je gewoon wanneer het dat specifieke plantje is en wanneer niet. Dat is mooi aan continu observeren.

Je leert daardoor ook de verschillende fases van de plant kennen, en slaat kleine details in je op. Bijna altijd als ik langs een eik loop benoem ik in mijn hoofd ‘eik’. Daardoor heb ik al zoveel eiken bewust gezien, dat ik hem nu uit de verte al herken. Ik wéét gewoon welke vorm hij heeft. En dan weet ik nog helemaal niet wat een zomereik en wintereik is, dat komt later wel. Doordat je hem zo vaak voorbij hebt zien komen, wordt de plant je vertrouwd.

WhatsApp Image 2022-08-28 at 4.42.48 PM
IMG_20220828_152359845_HDR
IMG_20220828_142012594_HDR
IMG_20220703_210921258

Eetbaar
Dit boek is de wildplukbijbel! Als je net begint met wildplukken weet je misschien niet waar je kijken moet. Maar als je steeds meer plantjes leert kennen via de manier die ik hierboven beschrijf, kun je dit boek als naslagwerk gebruiken om de eetbaarheid te onderzoeken.

Als je aan het begin van het proces al afvraagt of de paardenbloem eetbaar is, is dat natuurlijk leuk om op te zoeken. Maar, kijk uit. Het is goed om je bewust te zijn van verwisselgevaar. Als je weinig plantjes kent, is de kans groot dat je de planten die je wél denkt te kennen verkeerd determineert. Je weet namelijk niet wat de andere opties zijn, en soms zijn de verschillen minimaal. Je moet daarom echt zéker weten dat de plant daadwerkelijk de plant is die jij denkt (of als je weet dat een hele familie van die plant eetbaar is, dan kan je het risico wel nemen). 

Maar als je onwijs nieuwsgierig bent naar de eetbaarheid van een plant, is het ook onzin om te wachten met dat te onderzoeken omdat je van Simone eerst moet observeren. Wat ik zei: intrinsieke nieuwsgierigheid is het belangrijkst. Alleen de plantenwereld leren kennen kost tijd, en als je als een fanaat de natuur intrekt en elk plantje dat je tegenkomt determineert en onderzoekt op eetbaarheid, ben je na die middag compleet overprikkeld, heb je weinig onthouden, en weet je op je volgende wandeltocht nog steeds niet wat je kunt eten. Daarom is mijn advies om de eetbaarheid (maar zelfs dus ook de naam alleen al) van een plantje pas op te zoeken als je hem herkent. 

Geef het een beetje tijd
Uit je hoofd stampen heeft weinig zin wat mij betreft, je moet er gevoel voor krijgen. Het gewoon veel doen. Gewoon kijken, kijken, kijken. Benoemen. En het mooie hieraan is: het is ontzettend mindful! Je bent nergens meer mee bezig behalve met de boom bekijken, welke vorm zijn bladeren heeft, hoe de bast eruit ziet, wat zijn vorm is. Daarom houd ik zo van de plantenwereld, het is compleet zen en mooi. 

Als ik aan het wandelen ben ontstaan er vaak veel vragen: wat is dit plantje? Zou je eikels kunnen eten? Hoe zie je of deze bessen rijp zijn? Wat is nou het verschil tussen al die paardenbloemachtigen? Ik stel die vragen, maar ik beantwoord ze niet. Ik vertrouw erop dat het antwoord vanzelf wel komt. Ik merk dan dat als ik met mijn vader ga wandelen, hij er weer het een en ander over weet. Of dat ik als ik in een boek zit te bladeren, opeens iets lees over het verschil tussen bloemetjes. Of ik heb op een dag opeens zin om die bessen te plukken en uit te proberen. Of ik stel mezelf een jaar later dezelfde vraag af, maar heb dan een jaar meer kennis en ervaring en weet het antwoord opeens. Ik zoek niet alles meteen op, want dan vergeet ik het weer en raak ik overprikkeld. De vraag leeft in mij en het antwoord komt vanzelf. 

En als ik dan terugblik op mijn wildpluktijd heb ik eigenlijk heel veel geleerd in korte tijd. Ik doe er weinig moeite voor, het ontstaat gewoon. Deze zomer heb ik denk ik wel weer tien nieuwe planten geleerd, niet omdat ik er actief op zoek ging, maar gewoon omdat het ontstond vanuit nieuwsgierigheid. Plantjes die ik bijvoorbeeld vorig jaar al zag maar niet echt benieuwd naar was. Of planten die nu pas opvallen omdat ik in de specifieke tijd van het jaar vorig jaar andere dingen aan het doen was. Of omdat andere mensen me wijzen op het bestaan van een plant. Ik ben nu zo’n 3 of 4 jaar bezig met wildplukken en ik vind echt dat ik echt onwijs veel weet. Het klinkt als een lange periode, maar denk aan 3 zomers, 3 winters. Dat is helemaal niet zo veel, de tijd vliegt voorbij en het leven zit vol met verschillende dingen. Feitelijk ben je dan helemaal niet zoveel bezig met het wildplukken.

2021-07-14T12_58_30+02_00
2021-07-14T13_07_20+02_00
2021-07-14T13_58_49+02_00
2021-07-14T14_00_09+02_00

Maak er wat leuks van!
Het belangrijkste is: plezier. Doe het omdat je denkt ‘wow ik heb zin om nu de natuur in te trekken en plantjes te leren kennen!’. Niet omdat je denkt ‘ik móet meer planten kennen, want dan ben ik succesvol’. Of als je nu van plan bent meer over wildplukken te leren, maar het over een maand weer helemaal zat bent: prima. Het komt en gaat, en de natuurlijke flow van je interesses volgen is iets wat ik ten volste aanmoedig. 

We leren op school dat prestatie belangrijker is dan plezier. Eérst presteren – ook dingen waar je niet goed in bent of niet blij van wordt – dan plezier. Maar plezier is wat mij betreft een voorwaarde om te kunnen leren. Ga leren waar je benieuwd naar bent, en het zal je gemakkelijk afgaan. Ik vond een tijd lang dat ik meer over paddenstoelen moest weten, maar had er helemaal geen zin in. Ik was gewoon niet écht benieuwd. En nog steeds niet. Ik weet dat het ooit wel komt, dat weet ik gewoon. En dat wacht ik rustig af. Ondertussen heb ik genoeg om me mee bezig te houden 🙂

Ik wens je veel plukplezier, en voel je welkom contact op te nemen als je eens samen een rondje door de natuur wilt lopen!

Liefs,
Simone

Leave a Reply